Is mantelzorg anders in een andere cultuur?

19 oktober 2016

De familie Pasvan is 35 jaar geleden, net voor de oorlog met Iran, in Nederland gekomen. “De gezondheidszorg is hier prachtig”, zegt Sukran (68). Maar ze vindt de mantelzorg voor haar man erg zwaar. Uit haar verhaal én dat van haar dochter blijkt dan ook dat de ervaringen van mantelzorgers vrij universeel zijn.

“Elke morgen even rustig opstaan en een kopje koffie zetten, zonder dat ik meteen al te horen krijg ‘waar blijft mijn ontbijt?’. Dat vond ik het fijnste aan de afgelopen twee weken toen mijn man in Irak bij familie op vakantie was. Even rust en doen wat ik zelf wilde. Maar ’s avonds met de gordijnen dicht, voelde ik me alleen. Ik miste iemand om mee te praten en voor te zorgen”, vertelt Sukran. Het illustreert precies het bekende dilemma: enerzijds is mantelzorg iets dat je uit liefde doet en anderzijds kan het ook voelen als een veeleisende taak, omdat degene die je verzorgt soms veel aandacht vraagt. 
Haar dochter Noor, die in Nederland geboren is, vult aan. “Het is misschien niet aardig om te zeggen, maar mijn vader is nogal dominant en wil graag dat het op zijn manier gebeurt. En wel meteen! Daarnaast is hij erg gefocust op zijn eigen ziekte, ook op ongepaste momenten. Laatst moesten we iemand condoleren. Begint hij gewoon over zichzelf.”

Opeens een ander leven

Lutfi Pasvan (75) deed tot twee jaar geleden bijna alles op de fiets. Hij danste op elk feestje en was een echte pater familias: hij regelde en bepaalde als hoofd van de familie voor zijn familie wat er geregeld moest worden. Tot hij zo’n pijn in zijn been kreeg dat hij niet meer kon lopen. Het bleek een ernstige hernia, waaraan hij werd geopereerd. Doordat hij ook een sluimerende longziekte had, had hij weinig weerstand. Hij liep een infectie op en belandde opnieuw in het ziekenhuis. Het ging zo slecht met hem, dat zijn familie al aan het praten was met een uitvaartorganisatie. Toch redde hij het, al kreeg hij door de gebeurtenissen een delier (ernstige verwarring). Inmiddels gaat het beter met hem, al loopt hij met een wandelstok en krijgt hij weleens zo’n heftige pijnscheut dat hij valt. Daarnaast heeft hij een zwakke gezondheid door zijn long- en hartproblemen. Maar het ergste is: hij is afhankelijk geworden van zijn vrouw, dochter en zoon. Dat is voor iedereen een enorme verandering.
Mantelzorg stopt nooit, heeft Sukran gemerkt. Zo slaapt ze al twee jaar op de bank, omdat haar man ’s nachts weleens aan het dwalen slaat, niet op tijd het toilet haalt of valt. “Ik lig dan niet zo lekker en ’s morgens ben ik stijf en doen mijn botten pijn. Maar ja… Als ik boven ben blijf ik wakker, omdat ik lig te luisteren wat er beneden gebeurt.” 

Prachtig, die zorg

“Gelukkig”, vindt Sukran, “hebben we veel aan Omring gehad. Er kwam een aardige mevrouw om uit te leggen hoe het zat met de medicijnen. Ze sloot het infuus aan en mijn man werd een paar keer gewassen door een Omring-medewerkster. Als je Omring nodig hebt, zijn ze er en staan ze voor je klaar. Prachtig, die zorg hier in Nederland! Dat bestaat niet in Irak.” 
Noor: “In Irak wassen zonen hun vaders en dochters hun moeder als ze dat niet meer kunnen.” Sukran: “Ik vind het wel heel mooi dat in Irak kinderen volledig voor hun ouders zorgen. Dat deden mijn zussen en broer ook voor mijn moeder, jouw oma.” Noor: “Maar anderzijds zou jij dat ook moeilijk vinden.” Sukran: “Ja, want jullie leiden nu al zo’n druk leven. Ik wil jullie niet te veel lastig vallen.” 
En het ziekenhuis? “Dat is hier veel beter. Alleen als je in Irak geld hebt lig je met twee mensen op een kamer. Anders wel met twintig of dertig”, vertelt Sukran.
Noor: “Al moet ik zeggen dat het regelen van de zorg in Nederland soms niet meevalt. Wij hadden ook de pech dat het precies samenviel met de overgang van de indicaties van het CIZ naar de gemeente. Bovendien waren ze bij het CIZ de aanvraag kwijtgeraakt. Verder kost ziekenhuisbezoek veel tijd doordat ik mijn vader moet begeleiden. Ik vind het weleens zwaar, vooral omdat ik een druk gezin heb en dus alles tijdens schooltijden moet gebeuren. Maar gelukkig is mijn broer een grote steun en neemt hij het regelwerk soms van me over.”

Leermoment

Alleen maar negatief ziet ze de problemen met haar vader echter niet. “Ik heb er veel van geleerd. Onder andere dat ik het anders ga aanpakken als ik oud word. Ik zorg dat ik iets met mijn handen kan blijven doen, schilderen of zo. Dan heb ik wat afleiding en zit ik mijn familie niet zo op de nek. Verder heb ik ontdekt dat het bij mijn vader het beste werkt om hem zoveel mogelijk gelijk te geven om de sfeer goed te houden.”
Haar moeder: “Ik hoop dat ik een kort ziekbed heb en anderen niet tot last hoef te zijn.” En dan voegt ze er in haar eigen taal aan toe, wat Noor uiteraard vertaalt: “Twee dagen bed, derde dag dood; dat is het mooiste… Zo zeggen wij dat.”

Van het ziekbed van mijn vader heb ik veel geleerd

 

 

 

 

Opeens hulp nodig?

Neem contact op met Omring. Wij bieden hulp van A tot Z in het zorgtraject. Zo denken wij mee over de (mantel)zorgmogelijkheden, aanvragen bij de gemeente en ook bieden wij bijvoorbeeld ondersteuning bij het douchen, medicijnen, infuus aanleggen of een katheter verschonen. Of u nu een langere periode van ziekte voor u heeft of slecht een korte revalidatie. Meer weten? Kijk op www.omring.nl of bel 088 – 206 89 10.

Deze pagina delen op:

088 - 206 79 99